Keer op keer

Vandaag slagbal op school. Gymleraar:"oké, kom er allemaal maar even bijstaan, we doen slagbal." 2 partijen, eehm Joost en Jacqueline jullie mogen allebei kinderen kiezen voor jullie partij." Joost: "Ingeborg." Jacqueline: "Kai." Het gaat maar zo door, maar ik word niet gekozen, ik snap alleen niet waarom, wat heb ik niet dat de rest wel heeft? Uiteindelijk hoor ik toch mijn naam, als laatste natuurlijk, het team baalt dat ze mij erbij hebben, ik kan het van hun gezichten aflezen. De partij van Jacqueline begint aan slag,(mijn partij) waar ik -wat logies is- als laatste mag slaan. Toen zag ik iets waarvan ik echt schrok: toen ik bijna aan de beurt was maakten ze expres 2 uitjes bij 3 moeten we eruit dacht ik. Dan maak ik het laatste uitje en is het mijn schuld dat we niet gaan winnen. Ik doen gewoon mijn best, ik hoop dat ik niet uit ga, wat zeer waarschijnlijk is. Ik sla de bal ontzettend goed, de tegenpartij rent helemaal naar achteren naar de bal toe, ik probeer een homerun te maken, het lukt! Mijn team is niet eens blij! Ik heb mijn best gedaan een homerun gemaakt! Wat willen ze nog meer? Ik weet het niet, ik word onzeker, was het wel zo goed? Ja, toch wel, de gymleraar steekt zijn duim op, ik voel met zo trots al een pauw, maar er word jaloers naar mij gekeken. Aan het einde van de wedstrijd, mijn team dik gewonnen, wordt er niet eens geroepen van: wij hebben gewonnen, wij hebben gewonnen, wat altijd gebeurt. Het lijkt net of iedereen heeft verloren ofzo, een gespannen sfeertje hangt er. Ik kleed me snel om. We gaan zo aardrijkskunde doen, leuk! Ik heb als enige de les doorgelezen, juf vind dat goed, ik weet antwoord op alle vragen! Voor de toets heb ik dan ook een dikke 10! Pauze: voor mij een super groot probleem... Ik doe mijn jas aan en loop naar buiten. Ik sta alleen. dan komen er wat kinderen naar mij toe. "Moest je weer zo opscheppen?" hoor ik. "Je bent echt onuitstaanbaar!" Ik trek het me niet aan, school vind ik belangrijker dan vrienden. Het is ook wel begrijpelijk dat ze jaloers zijn op mijn gemiddelde van een 9,6. De pauze is alweer afgelopen. Juf roept: "kom eens hier Katy." Ik kom. "Wat is er?" vraag ik.

 

"Kom maar even mee naar de gang." Zegt juf. Ik ga mee. "Wat is er?" vraag ik nogmaals. "Meisje doe maar niet of je van niks weet.” Zegt juf. Ik wil vragen wat ze bedoelt, maar ze begint zelf al. "Je hebt geld gestolen, in de kleedkamer, je hoeft niet te ontkennen, Katy, je bent op heterdaad betrapt!" Ik denk even na wat heb ik gedaan, geld gestolen? Maar dat kan niet dat heb ik niet gedaan! Ik durf het niet te zeggen. Juf: "ik vond het al zo raar dat je geld had voor een camera, mobiel en een IPod. Ik wil zeggen hoe ik aan dat geld kom, maar ik hou mijn mond, mijn geheim moet bewaard blijven. En nu? Durf ik te wagen. De juf zegt: "terug betalen." "Aan wie?" vraag ik. Ontkennen heeft toch geen zin, waarschijnlijk. Terug betalen is geen probleem. De juf antwoord: "weet je zelf niet van wie je hebt gestolen!" O, oeps dat was geen slimme zet van mij, maar ik moet weten aan wie ik het moet terug betalen. Ik antwoord droog: "nee." Juf vraagt boos: "Wat nee!"
Ik denk even na en zeg: "Eeh, nee.. juf."

Nou vind dus echt niemand me meer aardig... "Aan wie moet ik het geld betalen, en hoeveel?" Vraag ik. "Weet je het echt niet meer, of zit je me voor de gek te houden" vraagt juf. "Ik weet het niet!" "Echt waar!" Juf zegt: "misschien moet je eens gaan praten met een psychiater." "waarom?" Dat was een beetje brutaal, maar zij doet zo, raar, maar misschien heeft ze gelijk. "Meisje toch, wees niet zo brutaal!" zegt juf. Ik mompel: "sorry." Juf zegt terwijl ze een pen pakt: "ik schrijf wel even een briefje, dat wil ik morgen met handtekening van je ouders terug hebben."   Ik voel me verdrietig, maar toch opgelucht, de rest van de dag let ik niet op, gelukkig krijg ik geen beurt. De bel gaat ik mag naar huis, ik lees het briefje eerst voor ik naar huis ga, dit staat erop:

 

Geachte ouder/verzorger van  Katy Schoenmaker,
het gaat op dit moment niet zo goed met u dochter.
Ze haalt geen slechte cijfers, dat gaat wel goed.
Het is wat anders, ze heeft geld gestolen van een medeleerling uit haar klas.
Ze is op heterdaad betrapt door een anoniem persoon.

Wat hier zo raar aan is, is dat Katy niet ontkend, maar geen idee heeft hoeveel, en van wie ze heeft gestolen. Dit kan ik wel duidelijk maken, het geld is gestolen van Linda van den berg, het bedrag dat u terug moet betalen is: 56 euro.

Verder moet u er misschien eens over nadenken om u dochter naar een psychiater te sturen.

Ik wil dit briefje graag terug met handtekening als bewijs dat u het heeft gelezen.

Mvg,  Sabrina Janssen.

 

Hoe zouden mijn ouders dit vinden? Ik weet het niet. Ik zal maar net doen alsof ik het nog niet heb gelezen. Ik loop naar huis. Ik loop de oprijlaan op, en ik ga naar binnen. Mam, pap zijn jullie thuis? Er komt een dienstmeisje aangehold, "uw ouders zijn boven, mevrouw." zegt ze. Ik roep een kattig: "bedankt, en ik wil niet dat je u tegen me zegt, zeg maar jij, je en Katy." "Sorry, uuhm, Katy." Ik loop naar boven, pap, mam. "Wat is er Katy" roept moeder." Ik loop haar kamer binnen. Papa is daar ook. Ik heb een briefje meegekregen van juf. Ik geef ondertussen het briefje aan mijn moeder. Ze leest het briefje en zegt: "heb jij gestolen?" Ik leg maar vlug uit dat het niet zo is. "Ik heb geen geld gestolen, dat denkt de juf, op school probeert iemand me zwart te maken, en zegt dat ze me op heterdaad heeft betrapt. Dat is niet zo, maar ik durf het niet te zeggen. En…" ze laten me niet uitpraten. "O, o, meisje toch, we regelen meteen een psychiater voor je, hoor!" zegt vader. Ik mompel iets van bedankt. "Je kunt met die persoon overal over praten, hij of zij helpt je met je problemen. Zegt haar vader.

 

De volgende dag:

Piep, piep, piep, ik druk op een knopje en de wekker stop. Ik kleed me aan, doe mijn haar, make-up en poets mijn tanden. Ik moet weer naar school. Met het briefje. Mijn ouders hebben een briefje terug geschreven. Ik mag het niet lezen maar ik doe het toch. Dit staat erin:

 

Geachte, mevrouw S. Janssen,

Ik vind het vreselijk dat mijn dochter heeft gestolen, ik snap het ook niet. Ze zegt zelf dat ze niet heeft gestolen, maar waarschijnlijk durft ze dat gewoon niet toe te geven aan haar ouders. We zijn erg rijk dus geld heeft ze niet nodig. Wij betalen natuurlijk alles terug aan L. V.d. Berg. We hebben erover na gedacht en zijn van plan om een psychiater in te huren, na u idee.

Hoogachtend,

 

Meneer en mevrouw schoenmaker

 

Ze geloven me niet. Gaat het door me heen. Die psychiater is misschien wel mijn laatste hoop. Maar nu snel naar school, anders komt ze misschien te laat.

Op school:

Alstublieft juf het briefje. "Dankjewel Katy, ga zitten en let op. Ik zie juf het briefje lezen. We hebben geschiedenis dat vind ik niks aan, maar ik ben er wel goed in. "Jullie moeten in tweetallen een werkstuk maken, je mag het onderwerp zelf kiezen, je maatje ook. Iedereen zoekt snel zijn/haar beste vriendin op, niemand wil samen met mij. Ik wacht tot er iemand overblijft. Isa, een verlegen meisje, ze heeft gelukkig nooit een vervelende opmerking over mij gemaakt. Ik mag haar wel. Ze stap niet op me af, volgens mij wacht ze tot ik het doe. Ik wacht tot juf vraagt wie heeft er nog geen maatje. Maar dat vraagt ze niet. Ik stap toch maar op Isa af. "Zullen wij samenwerken?" Vraag ik. Ze zegt: "Ja, oké, waarover dan?" Ze zegt ja! Ik ben blij dat ze niks kattigs zegt. "Uuh, over, de watersnoodramp?" Vraag ik. "Vind jij dat ook zo interessant?" Vraagt ze enthousiast. Ik zeg maar: "ja, dat gaan we dus doen." Ze zegt: "Ik hoor juf net zeggen dat we dat thuis moeten maken dus bij wie?" Ik hoop zo dat ze zegt bij mij, anders komt ze achter mijn geheim. Ze vraagt: "bij jou?" nee, nee, nee, maar van schrik zeg ik dus toch ja. "oké, zullen we maandag beginnen?" vraagt ze. Ik vind het best. De juf roept dat het pauze is, ik ga naar buiten. Ik sta weer op mijn vaste plek, maar niet alleen. Dat zijn 2 stoere meisjes en 1 jongen. Ze zitten niet bij mij in de klas. Ze zeggen: "we hoorde dat je hebt gestolen!" "ik wist niet dat je zo stoer was!" "jammer, dat je werd betrapt." Ik stoer, ze moesten eens weten. Gelukkig sta ik niet alleen. Dan vraagt de jongen hoe ik heet, ik zeg Katy. Ik heet Timo. De meisjes zeggen dat ze, Pauline en Yessica heten. Mooie namen vind ik. Ze lopen jammer genoeg weer weg. Dan zie is Isa op me afkomen. "Je hebt gestolen hč." Zegt ze. Ik zeg iets van: "Mmmh." Daarna zeg ik maar: "Ik heb het niet gedaan, geloof me, ik neem alleen de schuld op me, omdat ik mijn geheimen wil bewaren." Ze vraagt: "Je geheim, welk geheim." Ik kijk om me heen, ik zie niemand en fluister: "Dat ik rijk ben, ik krijg veel zakgeld daarvan kocht ik die dure spullen." "Rijk, stoer zeg!" zegt ze! "Sstt!" fluister ik. "niet doorvertellen." Zeg ik voor de zekerheid. "Nee, natuurlijk niet!" zegt ze. De pauze is voorbij ik loop naar binnen, Annika stoot me aan: "Geef je dat geld terug aan Linda?" Ik negeer haar en loop door. Ik denk dat zij naar juf is gegaan met ‘Katy heeft gestolen. Ik kan er niks meer aan doen. We gaan rekenen, gelukkig zelfstandig. Ik ben al snel klaar. Bijna alles goed 1 foutje maar. Ik lever mijn schrift in. De juf grijpt haar kans en fluistert: "Zeg maar tegen je ouders dat ik hun briefje heb gelezen." Ik zeg: "Oké." Ik moet het geld maandag aan juf geven, zij regelt het met Linda. Gelukkig hoef ik niet naar Linda, zij hoort ook bij de kinderen die me zwart willen maken.

 

Even later:

Gelukkig eindelijk vrij, ik ga er snel vandoor. Dit keer niet naar huis, maar naar de psychiater. Hij is gelukkig aardig, ik mag hem wel. Hij noemt zijn naam: "Ik heet Thomas, ik wil graag dat je gewoon je zegt tegen mij, en hoe heet jij trouwens?" Ik zeg: "Katy." Thomas zegt: "Oké, Katy, ik ben jou vertrouwenspersoon, ik vertel natuurlijk niks door van wat wij hier bespreken, je kunt mij alles vertellen." Hij vraagt: "Wat zijn jou problemen?" ik vertel hem alles, maar dan ook echt alles, dat ik me schaam omdat ik rijk ben, dat ik goede cijfers haal, dat kinderen jaloers zijn daarom. Dat ik steeds als laatste word gekozen. Hij is niet verbaasd, onderbreekt me niet, dat vind ik echt fijn. Als ik klaar ben zegt hij: "Dat lucht vast op, we gaan wat aan die problemen doen hoor, maar nu moet je naar huis toe." Ik ben verbaast nu al, heb ik zo lang vertelt! Maar ik zeg: "doei, tot de volgende keer." Hij zegt precies hetzelfde. Ik ga naar huis. Er word natuurlijk gevraagd of  het leuk was, ik zeg ja, maar vertel niet wat ik hem vertelt heb. Dat is mijn geheim, en nu ook zijn geheim. Ik herinner me dat ik nog moet vertellen dat juf het briefje heeft gelezen. Ik doe het. Daarna ga ik me douchen, tandenpoetsen en naar mijn bed toe.

 

De volgende ochtend:

Ik word wakker het is 9:30 staat er op mijn wekker, wat! Ik sta snel op. Zo laat al! Dat kan niet! Dan kom ik erachter dat het weekend is. En ik plof weer neer op mijn bed en probeer verder te slapen, om 10:00 ga ik uit bed. Het ontbijt staat al klaar, ik kan direct beginnen. Warme broodjes, lekker. Ik eet er 2. Daarna ga ik weer naar boven en kleed me aan. De post komt. De post word door een van de dienstmeisjes gepakt, ik kijk of er iets van mij tussen zit. Nee, geen uitnodiging of zoiets voor mij, maar dat is niet verrassent. Toch vind ik het wel jammer. "Ik ga even naar de bibliotheek toe." Roep ik. "Goed hoor, vergeet je pasje niet." Hoor ik. "Doei." Zeg ik. "Doei." Wordt er terug geroepen. Ik pak mijn pasje, goed dat mijn moeder dat nog even heeft gezegd, ik was het bijna vergeten. Ik loop naar de garage toe, pak mijn fiets en ga naar de bibliotheek toe. We hebben zelf ook wel een bibliotheek, een kleine, maar ik wil even weg van huis. Bij de bibliotheek kijk ik eerst even bij de informatie boeken over de watersnood ramp. Ik zie er 3 die me wel goed lijken. Ik zoek nog even een leesboek. Er zijn niet echt leuke boeken, ik neem er toch maar een mee, anders heb ik niks te lezen. Ik leen mijn boeken en ga weer naar huis. Weekenden zijn saai, vind ik. School ook. Maar het moet. Ik leer mijn toets, veel te makkelijk. Ik haal toch wel een goed cijfer. Ik zet wat muziek aan, en ga wat dansen. Dat kan ik ook goed, daarom vind ik het ook zo leuk. Ik ga wat instuderen, kan ik het dinsdag mooi laten zien op dansles. We mogen altijd wat laten zien als we dat willen, ik doe dat graag. Bijna elke week laat ik wat zien, de danslerares vind dat goed van mij. Ik doe dit keer hiphop, dat vind ik het leukste. Ik bedenk me net dat het moeilijke pasje van vorige week goed past bij de rest van mijn dans. Ik oefen hem eerst goed. Dat kan ik dinsdag goed doen. Nog even verder oefenen.

Wooh, ik heb wel 2 ˝ gedanst, nu moet ik hem wel kennen. Ik heb dorst gekregen, dus pak ik wat te drinken. In de keuken is de kok bezig met het eten. Ik ga vragen wat we eten. Hij zegt: "Dat is een verrassing." "Het zal wel." Denk ik, maar ik zeg: "oké, ik ben benieuwd. Ik ga lezen in het boek van de bibliotheek, echt een boek waar je even in moet komen. Het is gelukkig niet zo saai als ik dacht. Ik zink gewoon helemaal weg in het verhaal. Tot er een dienstmeisje komt zeggen dat het eten klaar is. Ik pak een papiertje als boekenlegger. Na het eten ga ik verder lezen. We eten lasagne mijn lievelingseten. Leuke verrassing vind ik. Ik eet nogal veel, maar de kok heeft ook veel gemaakt, waarschijnlijk omdat ik het zo lekker vind. Mijn ouders vinden het ook lekker. Ik vertel dat ik weer een dans heb ingestudeerd. Ze willen het graag zien. Ik zoek het nummer op dat ik wil laten horen, en ga klaarstaan. Ik vraag aan een van de dienstmeisjes of ze de radio wil aanzetten. En ik begin. Mijn ouders vinden het super knap wat ik allemaal kan. Ik ben trots, echt heel trots. Daar heb ik al die tijd voor gewerkt. Voor een compliment van mijn ouders. Ik maak een buiging en ik krijg applaus. Vrolijk ga ik naar boven, niet om te lezen. Om te dansen. Daar heb ik nu echt zin in. Ik oefen het dansje van de les eerst even. Daarna ga ik mijn eigen dans nog even oefenen. Het gaat allemaal goed. Ik ben moe geworden van dat dansen. En ga naar bed. Eerst ga ik nog even lezen. Maar ik val al snel in slaap.

 

 

Maandag:

Vandaag moet ik het geld meenemen, schrik ik wakker. Hopelijk gaat juf niet moeilijk doen over dat ik mijn excuses moet aanbieden, dat durf ik niet hoor! Eenmaal opschool geef ik de juf snel het geld. "Doe je dat voortaan niet meer?" was het enige wat ze vroeg, ze deed niet moeilijk gelukkig. Ik zei iets van: "Ja, oké." Met de gedachte van: "Het zal wel." Ik ging zitten op mijn plek. Toen iedereen binnen was, moest de juf wat vertellen: "Ik heb samen met juf Mariska uit groep 5 een musical uitgezocht voor jullie. Die gaan jullie samen met juf Mariska instuderen. Zij regelt het allemaal. Er komen audities voor de rollen. Dit word allemaal vandaag nog gedaan. Jullie krijgen nu van mij een tekstboekje." Musicals zijn leuk! Ik hoop alleen dat juf Mariska kiest. Met vriendjespolitiek krijg ik nooit een leuke rol. "Dit is de eindmusical, volgend jaar zijn jullie allemaal van school af." Zegt de juf. Van school af! Naar een andere school, ik wil bijna yes schreeuwen, maar ik doe het niet. Naar een andere school. Nieuwe vrienden maken. Helemaal te gek. Maar eerst de musical en eindkamp, dat moet toch ook wel leuk zijn? Ik lees de musical door. Leuk zeg! Ik ga voor de hoofdrol. Oei, daar moet je kunnen zingen en dansen. Dansen kan ik wel maar zingen… Maar, ik probeer het gewoon. Juf Mariska komt binnen en zegt: "Over 1 uur beginnen de audities. Je hoeft de tekst nog niet uit je hoofd te leren. We doen eerst de hoofdrol. Je moet daar zingen, dansen en toneelspelen. Je mag zelf even snel een liedje uitkiezen, waar je de tekst van gaat leren en op gaat zingen. Daar moet je ook een dansje op verzinnen. Goed oefenen en een stukje voordoen. Daarna moet je de 1e scčne spelen. Ik ben je tegenspeelster. Voor de rest van de rollen hoef je niet te zingen en dansen. Daar hoef je alleen de tekst van in te studeren." Leuk zeg. Ik hoor juf Mariska nog zeggen dat je mag beginnen. Ik weet al wat voor een nummer ik ga doen, waar ik het dansje al op heb. Ik zoek een plekje voor mezelf en ga oefenen met zingen. Al vrij snel hoor ik dat we moeten stoppen en dat de audities beginnen. Juf Mariska legt uit: "Iedereen die auditie wil doen voor bijvoorbeeld Evelien(de hoofdrol) moet een stukje opvoeren om de beurt. Ik kies wie welke rol krijgt. Wie wil er beginnen?" Dat wil ik wel. Ik vertel welk nummer ik ga doen. De muziek word aangezet, en ik begin te zingen en dansen. Het gaat goed! Ik zie allemaal verbaasde blikken. De juf kijkt goedkeurend. Het liedje wordt stopgezet. En ik moet nu gaan toneelspelen. Ook dat gaat goed. Als ik klaar ben krijg ik een klein applaus en ga ik terug naar mijn plek. Ik moet nog even wachten, er zijn veel meiden die Evelien willen spelen. Eindelijk is de laatste klaar. "Alle kinderen die auditie voor Evelien hebben gedaan kom maar even voor het bord." Zegt juf. Ik loop naar het bord, net als de andere meisjes die auditie hebben gedaan voor Evelien. Ik vind het echt heel spannend.

"Eerst stuur ik 4 kinderen weg. Die zijn helaas niet geschikt voor deze rol. Tamara, Linda, Annika. Jullie krijgen deze rol helaas niet. Gelukkig, dat zijn de meiden die me het meeste pesten. Er zijn nog 4 meisjes over. De juf zegt: "Er moeten nog 3 meisje afvallen, ik noem nu de naam van het kind dat de hoofdrol krijgt: Katy! Je was goed in dansen, zingen en toneelspelen. De andere meisjes maar in 1, 2 of geen een ding. Gefeliciteerd!" Jippie, ik ben echt super blij! Evelien speelt in bijna elke scčne. Wat zullen mijn ouders blij zijn voor me. "Evelien blijft er even bij zitten de rest mag terug naar zijn plaats. Jij mag Evelien spelen tijdens de audities van de andere rollen." Bijna alle rollen zijn nu gekozen, ik krijg even pauze. Daarna worden de rest van de rollen nog gekozen. Allemaal heel gehaast, we moesten snel zien van juf Mariska. Ik weet niet waarom. Alle rollen zijn uiteindelijk gekozen. Ik mag terug naar mijn plek. Het is bijna tijd om naar huis te gaan. Juf laat nog even een liedje horen waar iedereen in moet zingen. Dan is het tijd, en ik ga naar huis toe.

Thuis vertel meteen dat ik de hoofdrol heb. Mijn ouders vinden het goed van me. Ze zeiden ook nog dat ze zeker zouden komen kijken. Ik heb het tekstboekje mee naar huis genomen, en ik ga oefenen.

 

Ongeveer 3 maand later:

Het gaat allemaal goed met het oefenen. Super goed. Iedereen kent zo langzamerhand zijn tekst uit zijn hoofd. Ook de liedjes gaan goed. Nog 1 dag dan is het zover. Ik heb er zin in. We doen vandaag de generale repetitie. Het solo zingen ging een beetje verkeerd, de rest ging wel goed. Bij sommige andere kinderen ging ook wat fout. Ik was gelukkig niet de enige.

Morgen is het optreden, ik vind het zo spannend. Juf zegt dat iedereen maar vroeg naar bed moet gaan. Dat lijkt mij ook wel verstandig. Dus dat doe ik dan ook. Als we vrij hebben moet ik wel eerst naar die psychiater. Hij is me goed aan het helpen. Vandaag leer ik wat ik moet doen als iemand me uitscheld, slaat of schopt. "Je weet wat we vandaag gaan doen." Zegt Thomas. "Je moet in ieder geval wel wat slims terug zeggen als iemand je uitscheld, maar je kunt diegene beter negeren." Ik zeg dat ik dat wel snap. En dat ik dat ook doe. Opeens zegt hij: "Rotmeid kijk niet zo naar me, uitsloofster!" Ik schrik maar zeg rustig en droog: "Waarom niet?" Hij zegt: "Goed zo!" Ik dacht al dat hij het goed vond. Ik vertel hem dat morgen de musical is. "Doe goed je best meid." Zegt hij. "Doe ik." Is mijn antwoord. Dan is het tijd om te gaan en we zeggen elkaar gedag. Ik ga naar huis. Ik ben benieuwt of mijn ouders morgen komen of misschien moeten ze werken. Ik hoop van niet. Ik vraag aan mijn ouders of ze komen. Ze zeggen: "Misschien, we weten het nog niet. We hopen natuurlijk dat we kunnen." Ik ben een beetje teleurgesteld, straks komen ze niet. Dat zal mij echt pijn doen. Ik kijk op de klok, 8 uur, een beetje vroeg om naar bed te gaan, maar toch loop ik naar boven. De tekst ga ik nog maar even doorlezen. Daarna merk ik toch dat ik moe ben. Ik doe de dingen die ik moet doen zoals tandenpoetsen en ik ga naar bed.

 

Dag van de musical.

Vandaag is de dag van de musical! Ik ga snel naar school. Er zijn al best veel kinderen. Als ik binnen kom is het opeens stil. Ze hadden het vast over mij. Ik ga naar Isa toe, ze staat alleen. "Heb je er zin in? Zij zegt: "Ja, natuurlijk. Wie niet?"

"Ga je allemaal maar omkleden, een beetje snel graag, het begint over een half uurtje al."Hoor ik, waarschijnlijk de juf. Ik kleed me snel om. En ben als eerste in de klas. Juf is er ook niet, zie ik verbaast. Raar. Ik ga in de ruimte kijken, waar we moeten optreden, als er na een tijdje nog niemand komt. Daar staan ze allemaal al. Ik ren er snel naartoe. Ze hadden nog allemaal hun eigen kleding aan. Hoe kan dat. Ze lachen als ze me in deze kleding zien. Iemand van hun had de stem van juf geďmiteerd. En net gedaan alsof ze zich gingen omkleden. Daarna rende ze snel naar het podium toe, dat wat echt moest van de juf, maar wat ik niet had gehoord. De zaal is nog leeg. We moeten nog wat bespreken. Juf vraagt: "Waarom ben je zo laat en waarom heb je de musical kleding al aan?" Ik zeg: "Sorry, ik dacht dat ik me al moest omkleden." Juf legt de laatste dingen uit, en dan mag iedereen zich gaan omkleden. Ik was al klaar dus ik ging even naar de juf. "Juf? Mag ik vertellen waarom ik me al had omgekleed?" De juf zegt: "natuurlijk!" Ik vertel:"Iemand ging u stem na-apen en toen net doen alsof ze naar het toilet renden om zich om te kleden. Allemaal nep. Toen gingen ze snel doen wat u wel echt had gezegd." Juf Mariska schrikt: "Wat gemeen!" Ik vertel haar van andere dingen die er gebeurt zijn, zoals het vals beschuldigen van diefstal. Verder vertel ik nog dat ik ook daarom een vertrouwenspersoon heb. De juf zegt dat ze me wel wil helpen, maar dat ze dat niet kan. "Weet jij misschien hoe ik je kan helpen?" Vraagt de juf. Ik denk na en zeg: "Zou u het misschien aan mijn eigen juf willen vertellen, zei gelooft mij waarschijnlijk niet als ik het haar vertel." Dat vind ze goed. Ze zegt: "Ga maar naar de ruimte achter het podium want de mensen komen zo. Ik ben zo zenuwachtig.

Straks vergeet ik mijn tekst of… Ik haal diep adem, doe gewoon je best zeg ik tegen mezelf. Ik zie dat de rest langzaam aankomt op de plek waar ik ook sta, achter het podium. Ik hoor dat de juf het podium oploopt. Ze roep: "Hallo allemaal, welkom bij de eindmusical van groep 8. Fijn dat jullie zijn gekomen, ik zal maar niet te veel praten. Laten we gewoon beginnen, veel plezier." Ik moet op. Ik haal nog een keer diep adem en dan begin ik met mijn tekst. Daarna zegt Linda wat. En ik weer wat. Er komen wat kinderen bij, zei zeggen wat. De zenuwen zijn al een beetje over. Linda zegt: "Zullen we als beste vrienden iets gaan drinken?" Ik schrik, dat is haar tekst helemaal niet! Ze lacht vals. Ik moet gaan improviseren. Ik zeg wat van: "Beste vrienden? Ik zal je moeten haten. Het kan niet anders. Dat moet van mijn ouders. Ik ben rijk jij bent arm. Ik kan niet met je omgaan." Ze kijkt verbaast. Misschien dacht ze dat ik opeens niks zou zeggen en voor gek zou staan. Maar ik weet het wel op te lossen: improviseren. Daar ben ik best goed in. Nu komt zo mijn dansstuk. De muziek staat aan en ik ga helemaal los. Ik zie verbaasde blikken, van tegenspelers, maar vooral veel jaloerse. Iedereen is altijd jaloers op mij. Daarom vertel ik ook maar niet dat ik zo rijk ben. Worden ze nog jaloerser en doen ze nog vervelender. Nu moet ik zingen. Het gaat gelukkig goed. Volgens mij vind het publiek het mooi. Daar was ik het bangst voor, voor het zingen. Nu moet ik het podium af, me omkleden. Ik ren naar de kleedkamer toe. Opschieten, je moet zo alweer op. Eenmaal in de kleedkamer zie ik mijn kleding niet. Ik begin druk te zoeken. Waar kan het zijn. Ik had het hier neergelegd. Dan drinkt het tot mij door. Het is waarschijnlijk verstopt. Doorzoeken, of snel naar het podium gaan omdat ik zo op moet, heel even zoeken. Ik zie het niet. Dan hoor ik dat een van de laatste zinnen word gezegd voor ik op moet. Dus ik ren maar naar het podium toe.

 

Ik zeg gewoon wat ik moet zeggen. En doe net of er niks aan de hand is, maar eigenlijk val ik zowat om van de zenuwen en de spanning.  De anderen zijn de tekst weer een beetje aan het veranderen. Ik probeer dingen te zeggen, zodat het klop met wat de anderen zeggen, maar ook dat het een beetje op het verhaal lijkt van de echte versie. Nu pas zie ik wie er in de zaal zit Thomas. Ik vind het lief dat hij is gekomen. Dan kan ik er nog beter samen met hem over praten. Ik kijk verder de zaal in, zijn mijn ouders er ook? Ik zie ze niet. Ik kijk nog eens. Dan zie ik ze. Midden in de zaal. Ik ben echt blij dat ze er zijn. Ze vallen niet echt op, daar was ik wel bang voor. Met hun deftige kleding, vallen ze echt op, dacht ik toen. Maar ze hebben ‘gewone’ kleding aan. De musical is bijna afgelopen. Alleen het eindlied moet nog. Ik hoop dat die nog gewoon het zelfde is gebleven. En, gelukkig is dat zo. Ze zingen gewoon het liedje zoals het hoort. Toch nog een leuk einde. Dan is het tijd om te buigen. Daar hebben we goed op geoefend. Opeens word ik geduwd. Het gaat allemaal heel snel, ik val van het podium af.  Ik val heel raar. Ik heb veel pijn. Tranen glijden over mijn wangen, ik probeer ze in te houden maar dat lukt niet, Ik moet huilen, voor de hele klas, voor de hele zaal, ik schaam me, wie gaat er nou huilen! Ik probeer op te staan, het lukt me niet. Ik ben misselijk, ik ben duizelig, ik voel me vreselijk. Op dit moment wil ik liever dood zijn. Dan hoef ik deze pijn niet te voelen. Ik doe mijn ogen open en ik kijk om me heen. Allemaal mensen komen naar me toe lopen. Ik zie Thomas, mijn ouders, wat mensen die ik niet ken. De onbekenden worden weggestuurd. Ik heb frisse lucht nodig of zoiets. Ik heb het inderdaad erg warm. "Auuww." Kreun ik. Ik hoor een ambulance komen, zo erg is het toch niet. Ik probeer nogmaals om te zitten, met veel moeite en vooral veel pijn lukt het. Ik leun tegen het podium aan. Ik kijk om me heen. Mijn moeder zit vlak naast me, met een bezorgde uidrukking op haar gezicht. "Wawat is er met me?" Vraag ik. "Je bent gevallen meid." Zegt mijn moeder lief. "Wwat wie hoe?" Het praten doet zeer. "Anika, Anika heeft je geduwd. Ik knik. Wie anders? De ambulance komt maar niet, zeker toevallig dat hij hier lang komt. "Gaat het wel?" Mijn moeder kijkt bezorgt. Ik zeg: "Het gaat wel iets beter. Ik heb alleen zo’n hoofdpijn." "O, oké." Zegt mijn moeder. "Ik ben weer zo duizelig." Zeg ik na een korte stilte. "Ga maar weer liggen, dat helpt." Ik ga liggen, het helpt inderdaad.

 

Word vervolgt!

 

 

 

Terug naar home